Dordrecht kreeg in 1220 stadsrechten en mag zich daarmee de oudste stad van Holland noemen. Die geschiedenis zie je nog overal terug: in de smalle straten, de grachten die op de rivier uitkomen en de koopmanshuizen die eeuwenlang de handel van de stad droegen. Het mooie is dat je dit allemaal te voet kunt verkennen, zonder haast en zonder auto.
De route in dit artikel begint bij het station, voert je naar het water en eindigt in de rustige hoekjes rond de Grote Kerk. Reken op een paar uur, afhankelijk van hoe vaak je blijft staan. En dat ga je doen.
Via de Voorstraat naar het water
Vanaf het station loop je in een kwartier naar de Voorstraat, de lange winkelstraat die als een ruggengraat door de oude stad loopt. Kijk hier vooral omhoog: boven de etalages zie je trapgevels, halsgevels en gevelstenen die vertellen wie er ooit woonde of welk beroep er werd uitgeoefend.
Een bijzonder detail is dat de Voorstraat deels over een gracht is gebouwd. Op sommige plekken loop je dus letterlijk boven het water, zonder dat je het doorhebt. Wie even een zijstraatje inslaat, ziet bij de bruggetjes hoe de stad op en rond het water is ontstaan.
Het Hof en de geboorte van een land
Halverwege de Voorstraat ligt de ingang van Het Hof, een binnenplaats die je makkelijk mist. Toch gebeurde hier iets wat de Nederlandse geschiedenis heeft bepaald. In 1572 kwamen vertegenwoordigers van de Hollandse steden hier bijeen voor de Eerste Vrije Statenvergadering. Ze kozen de kant van Willem van Oranje in de opstand tegen Spanje, een stap die uiteindelijk leidde tot een zelfstandige republiek.
De zaal waar dat gebeurde is nog te bezoeken. Ook als je niet naar binnen gaat, is de binnenplaats een fijne plek om even op adem te komen en je voor te stellen hoe spannend die dagen geweest moeten zijn.
Langs de oude havens
Vanaf Het Hof wandel je richting de Wijnhaven, de Nieuwe Haven en de Wolwevershaven. De namen verraden al waar de stad rijk van werd: wijn, wol en andere handelswaar kwamen hier binnen dankzij het stapelrecht, waardoor schippers hun goederen in Dordrecht moesten aanbieden. Nu liggen er historische schepen en plezierjachten, en de kades met hun karakteristieke panden maken de havens tot een van de meest gefotografeerde plekken van de stad.
Aan de Nieuwe Haven vind je Huis Van Gijn, het voormalige woonhuis van een welgestelde Dordtse familie. Het laat zien hoe men rond 1900 leefde, compleet met interieur en speelgoedcollectie. Wil je weten welke rondleidingen, evenementen of werkzaamheden er op dit moment in de binnenstad spelen, dan vind je actueel nieuws over de stad op dordrechtnieuwsvandaag.nl.
De Groothoofdspoort en het rivierenpanorama
Aan het eind van de havens staat de Groothoofdspoort, de oude hoofdpoort van de stad. Hier kwamen reizigers die over het water aankwamen de stad binnen. Loop er even doorheen en je staat aan een van de mooiste uitzichtpunten van Nederland: hier komen de Merwede, de Noord en de Oude Maas samen. Schepen varen af en aan, en bij helder weer kijk je ver over het water.
Dit is een goed moment voor een pauze. Op en rond het plein zitten terrassen, maar een bankje aan de kade werkt net zo goed.
Verborgen hoekjes rond de Grote Kerk
Voor het laatste deel van de wandeling loop je terug langs de Wijnstraat, een van de oudste straten van de stad, naar de Grote Kerk. De massieve toren is nooit afgebouwd: de ondergrond bleek te zwak, waardoor hij scheef begon te zakken. Daarom werd hij afgemaakt met een plat dak en vier uurwerken. In het zomerseizoen kun je vaak naar boven voor een weids uitzicht.
Rond de kerk liggen stille stegen en kades die de meeste toeristen overslaan. Let hier op een paar dingen:
- De Pottenkade en Lange Geldersekade met hun scheve, eeuwenoude panden
- Gevelstenen met afbeeldingen van ambachten en dieren
- Kleine bruggetjes met uitzicht op de kerktoren
- Het Kloveniersdoelen-gebied, waar in 1618-1619 de Synode van Dordrecht plaatsvond
Praktisch op pad
Trek schoenen aan die tegen kinderkopjes kunnen, want een groot deel van de binnenstad is bestraat met oude keien. De route is goed te doen in een middag, maar wie musea wil bezoeken, kan beter een hele dag uittrekken. Doordeweeks is het rustiger, terwijl je in het weekend juist meer levendigheid op de kades en terrassen treft.
Dordrecht laat zich het best ontdekken in een rustig tempo, met af en toe een omweg door een straatje dat er net interessant uitziet. Juist in die onverwachte doorkijkjes, tussen een oude gevel en het glinsterende water, voel je hoeveel eeuwen deze stad al meedraait. Wie één keer heeft gewandeld, komt meestal terug voor een tweede ronde.